Werken met leefgroepen in onze kleuterschool.

Wat zijn leefgroepen?

 

De 2,5-jarigen en jongste 3-jarigen starten in de “Julesklas” waar ze zich snel thuis voelen! Jules is de klaspop die het hele schooljaar samen met de jongste kleuters leuke, spannende en leerrijke avonturen beleeft. Na de Julesklas stromen de kleuters door naar een leefgroep. 

Leefgroepwerking is een andere wijze van groeperen. In tegenstelling tot jaarklassen, waar kinderen van hetzelfde geboortejaar samen zitten, zijn leefgroepen samengesteld uit verschillende leeftijdsgroepen van 3-jarigen tot en met 5-jarigen. Kinderen van verschillende leeftijden zitten bij elkaar in één klas.  

 

Algemene voordelen van het leeftijdsdoorbrekend werken.

 

·        Het brengt meer rust in de klas.

     Omdat je met verschillende leeftijden werkt, is er automatisch minder onderlinge concurrentie en wordt de groep veel rustiger. Dit is geen fenomeen van voorbijgaande aard. De groep functioneert natuurlijker en soepeler.   

De kleuters hebben niet alleen de juf die voor hen zorgt maar de oudere klasgenootjes nemen de jongere klasgenootjes graag op ontdekkingstocht. De jongere kleuters doen spontaner met alles mee doordat ze de ouderen aan het werk zien. Zij spelen ook gerichter door het samenspel met de oudere kleuters.

 

·        Kleuters leren voldoende en vaak meer dan in jaarklassen.

Onderzoek wijst uit dat kleuters die in leefgroepen hebben gezeten even goede en vaak betere resultaten behalen in het eerste leerjaar.   

De vijfjarigen krijgen meer aandacht en meer opdrachten dan in een gewone klasgroep.  Verplichte opdrachten voor deze leeftijd zijn sneller door alle kleuters (7 kleuters t.o.v. 25 kleuters) afgewerkt, zodat de leerkracht reeds naar een nieuw aanbod kan overgaan. De oudste kleuters hebben door hun beperkt groepje ook minder kans om te ontglippen aan bepaalde opdrachten. Er is een gedeelde verantwoordelijkheid over het hele team. Elke kleuterjuf heeft haar beperkt groepje vijfjarigen om op te volgen.   

Vermits slechts een deel van de groep (enkel de vijfjarigen) de overstap naar het eerste leerjaar moet maken, kunnen leerkrachten ook gerichter op problemen inspelen.   

Elke klas is voorzien van een lees-, schrijf- en rekenhoek (de leerhoek) voor de oudste kleuters. Dat betekent voor de oudste kleuters statusbevestiging en voor de jongere kleuters iets om naar uit te kijken. 

Vroeger gingen we ervan uit dat de leerkracht diegene is die de kinderen het meest leert. Door de klas te organiseren in leefgroepen krijg je echter automatisch meer “leraars in de klas: meer uitleggers, meer deskundigen.” Jong leert van oud. Maar oud leert ook enorm veel van jong. We illustreren dit graag met volgend voorbeeld: als Jan (een vierjarige) in de kast een nieuw gezelschapsspel ontdekt, dan hoeft niet noodzakelijk de juf op te draven om de spelregels uit te leggen. Lies (een vijfjarige) kan dat ook. De winst voor Jan is duidelijk. Maar wat leert Lies? Zij legt de werkwijze, de te volgen stappen uit (taalontwikkeling), zij houdt rekening met de volledigheid, de juistheid en duidelijkheid van de informatie die ze moet overbrengen (denkontwikkeling). Lies wordt op dat moment zowel door de juf als door Jan als deskundig aanzien (zelfwaardegevoel). Hier schuilt de leerwinst voor de vijfjarigen. Wij willen hier echter toch ook benadrukken dat het geen vanzelfsprekendheid mag zijn dat de oudere kleuters steeds voor de jongere kleuters moeten zorgen en ermee moeten samen spelen… We bewaken en respecteren als leerkracht de eigenheid van elke leeftijd. 

De winst op het vlak van taalontwikkeling is opvallend. Het taalbad in een leefgroep is niet alleen groter, maar ook natuurlijker. In alle hoeken, op alle matten wordt er gesproken, bedisseld, overlegd, uitgelegd, gefantaseerd, gepland,…

 

·        De leerkracht kan beter aansluiten bij het ontwikkelingsniveau van elke individuele kleuter.

In gewone jaarklassen verschillen kleuters reeds erg van elkaar. Dezelfde kalenderleeftijd betekent niet dezelfde mentale- of verstandelijke leeftijd. Het werken met leefgroepen zorgt ervoor dat we de verschillen niet verdoezelen maar er terdege en bewust rekening mee willen houden. De leerkracht werkt op het niveau van elk individueel kind.

Een vierjarige kleuter die kan inpikken op activiteiten van de vijfjarigen krijgt daar ook alle kansen toe. Een vijfjarige die iets trager is in zijn ontwikkeling krijgt tijd en ruimte om af en toe te mogen aansluiten bij de vierjarigen. 

  

·        Leefgroepwerking heeft een positief effect op het zelfbeeld.

Door beter te kunnen aansluiten bij het ontwikkelingsniveau van elke individuele kleuter, hebben de kinderen minder het gevoel uit de boot te vallen. De oudsten halen het beste in zich boven. Een vijfjarige die het verstandelijk moeilijker heeft, kan uitgenodigd worden om zijn kennis (hoe klein en miniem ook) te delen met een jongere kleuter. Een driejarige die sneller ontwikkelt dan zijn leeftijdsgenootjes kan inpikken op de activiteiten van de vierjarigen en zal meer betrokkenheid vertonen omdat er op zijn niveau gewerkt wordt.

De jongsten bewonderen de oudsten, de oudsten zijn vertederd door de jongsten. Er is heel veel begrip voor elkaars kunnen en niet-kunnen.

 

·        De kleuters worden meer aangesproken op hun sociale vaardigheden.

Als kleuterschool stappen we af van: “Als ze kunnen knippen, kleven en kleuren, en tellen,… is het o.k.” In een leefgroep worden de kleuters meer aangesproken om anderen te helpen. De kleuters zijn altijd eens de jongsten en altijd eens de oudsten. De jongste kleuters moeten leren omgaan met de priviléges van de oudere kleuters (zwemmen, lees-, schrijf- en rekenhoek, computerinitiatie,…) De oudste kleuters moeten regelmatig het nodige geduld opbrengen voor hun jongere klasgenootjes.